Student geneeskundePsychiater Hans Rode: ‘Jonge artsen hechten minder aan hun identiteit als arts’

Psychiater Hans Rode: ‘Jonge artsen hechten minder aan hun identiteit als arts’
Naar actueel

Psychiater Hans Rode: ‘Jonge artsen hechten minder aan hun identiteit als arts’

Waar artsen voorheen hun identiteit ontleenden aan arts zijn, lijkt dat voor de jongere generatie artsen niet meer helemaal op te gaan. Naast hun werk willen millennials ook andere rollen volledig vervullen. Zij hebben hobby’s, een sociaal leven, een relatie en een gezin. Hoe ziet deze ontwikkeling eruit voor de arts? ? En is de zorgsector wel ingesteld op deze identiteitsverandering? Wij spraken psychiater Hans Rode over arts zijn anno nu, identiteit en burn-outs.

1. Veel artsen ontlenen hun identiteit aan het ‘arts zijn’. Hoe komt dat?

Voordat artsen in opleiding gaan, zijn ze eigenlijk al bezig met wat het betekent om arts te zijn. Het beeld bestaat dat je als arts moet presteren en dat begint eigenlijk al vóór de studie. Tijdens de middelbare school beginnen velen al aan het opbouwen van hun cv. Om überhaupt toegelaten te worden tot de opleiding moet je je best doen. Tijdens de opleiding moet je hard studeren, vaak harder dan andere studenten. Anders dan andere opleidingen word je als geneeskundestudent opgeleid voor één ambacht. Die toegewijdheid en investering maken dat je als student gehecht raakt aan het beeld van arts zijn - en hard werken hoort daarbij.

Je raakt eraan gewend dat je binnen de artsencultuur moet presteren, niet mag falen en sommige (fysieke en mentale) signalen moet negeren. De patiënt heeft altijd voorrang. Wanneer je als arts honger hebt, moe bent of naar het toilet moet, gaat de patiëntenzorg toch vaak voor. In vergelijking met veel andere beroepen zijn artsen minder gebonden aan arbeidstijden. Het beeld bestaat dat het ‘helemaal oké’ is om als arts veel te werken. Als je dat doet, dan is het ook meer dan logisch dat je op een gegeven moment je beroep wordt.

Daarnaast is het ook best lastig om je als arts los te maken van die identiteit. Neem als voorbeeld een arts die in het vliegtuig zit om naar zijn of haar vakantiebestemming te gaan. Een passagier wordt onwel. Het eerste wat het cabinepersoneel zal vragen is of er een arts aanwezig is. Dan kun je toch moeilijk zeggen dat je op dat moment even ‘out of office’ bent.

De jonge arts wil ook een hobby uitoefenen en een goede vriend(in) en ouder zijn

2. Onlangs publiceerde NRC een artikel over identiteit en werk waarin jij aangaf dat artsen tegenwoordig veel minder die ‘roeping’ tot arts zijn voelen en zodoende veel minder hun identiteit ontlenen aan hun beroep. Waar ligt dit volgens jou aan? En ervaren artsen hierdoor meer of juist minder rust?

Waar de oudere arts graag hard werkt en minder andere rollen buiten het werk aanneemt, vindt de jongere arts (de millennial) andere dingen óók belangrijk. Zo wil de jonge arts ook een hobby uitoefenen en een goede vriend(in) en ouder zijn. Die identiteit als arts is zeker wel merkbaar en voelbaar tijdens het werk, maar de hechting aan die identiteit is voor de jongere generatie artsen minder. Die ontwikkeling is onvermijdbaar in onze cultuur, waar de rol van ‘de man als kostwinner’ verdwijnt en de aandacht voor zelfontplooiing buiten het werk groeit.

Die ontwikkeling heeft voor- en nadelen. Verschillende onderzoeken en collega’s wijzen op de stress die het hebben van meerdere identiteiten kan opleveren. In zorgorganisaties levert deze ontwikkeling meer roulatie op, wat betekent dat werk vaker wordt overgedragen en soms met minder continuïteit wordt uitgevoerd. Dat is enerzijds wel een nadeel voor de patiënt, maar aan de andere kant is het een heel gezonde ontwikkeling voor de arts en indirect ook voor de patiënt. Wanneer artsen naast hun werk ook een andere identiteit voelen en zij daardoor goed in hun vel zitten, heeft dat een bewezen positief effect op de patiëntenzorg.

Als arts kun je moeilijk zeggen dat je even ‘out of office’ bent

3. Wat is volgens jou de voornaamste reden dat zoveel artsen te maken hebben met stress (wat kan leiden tot een burnout)?

De oorzaak van een burn-out zit ‘m bij artsen niet zozeer in die identiteitsontwikkeling. Het artsenvak kent nu eenmaal veel stress en daar zijn artsen in getraind of aan gewend. Ziekenhuizen en zorgorganisaties verplichten artsen te werken met gebruiksonvriendelijke computersystemen die hen als het ware afleiden van de patiëntenzorg. De registratiedrang is daar hoog en ingewikkeld. De registratiedrang was vroeger heel anders, misschien wel minder efficiënt maar voornamelijk minder.

Daarnaast wordt bij veel zorginstellingen secretariële ondersteuning wegbezuinigd met als gevolg dat artsen die taken moeten overnemen. Die toename van ‘oneigenlijk’ werk in combinatie met een gebrek aan autonomie zorgt uiteindelijk voor meer stress dan het hebben van meerdere identiteiten of lange werkdagen.

4. Wat of wie kan hier verandering in brengen en hoe?

De uitdaging ligt ‘m voornamelijk bij ziekenhuizen en zorginstellingen, maar daarnaast kan de opleiding hier ook een rol in spelen. Medisch gezien is die prima, maar opleidingen kunnen artsen wel veel beter voorbereiden op verschillende werksituaties. Zo kun je artsen leren hoe zij het hoofd boven water kunnen houden in lastige situaties. Artsen worden vaak aangestuurd door managers die zelf geen ervaring hebben met patiëntenzorg. Artsen hebben wel de expertise om de zorg te leveren, maar gaan niet over hoe ze dat mogen doen. Zij kunnen echter wel invloed uitoefenen op dat proces via die manager. En daar ligt weer een kans voor de opleiding om artsen te leren hoe zij hun managers kunnen managen.

Artsen kunnen daarnaast ook een verandering teweegbrengen door hun krachten te bundelen en samen ervoor te zorgen dat het zorgproces eenvoudiger wordt. Er zijn veel voorbeelden van ziekenhuizen (vooral in het buitenland) waar artsen zich actief inzetten voor een eenvoudigere zorgprocedure met als gevolg meer tijd voor patiëntenzorg en betere zorgresultaten.

Leer artsen hoe zij hun managers kunnen managen

5. Wat zou er volgens u moeten veranderen in de zorg om artsen meer balans te geven tussen werk en privéleven en de verschillende identiteiten die zij daarbij aannemen?

De balans tussen werk en privé is niet helemaal scheef. Artsen kiezen voor zo’n baan en weten dat het veel werk is. Wel is belangrijk dat artsen die balans zelf vinden en daar kan veel meer aandacht aan besteed worden in de opleiding. Nu is de opleiding medisch gezien heel goed ingericht, maar er kan en moet meer aandacht besteed worden aan de persoonlijke ontwikkeling van een arts. Dat zorgt uiteindelijk ook voor betere patiëntenzorg. Ik voer veel gesprekken met artsen en sommigen realiseren zich pas na jaren dat zij eigenlijk niet de juiste beroepskeuze hebben gemaakt. Dat kan anders.

Zelf kwam ik ook pas na een aantal jaar werken op de spoedeisende hulp tot het inzicht dat ik niet op de juiste plek zat. Ik stompte emotioneel af en merkte dat de korte en vaak eenmalige patiëntencontacten mij niet goed pasten. De overstap van somatiek naar psychiatrie was een logische, maar zeker geen makkelijke keuze, want ik moest weer helemaal opnieuw beginnen. Het was echter wel een bewuste keuze en de ervaring leert dat die keuzes meestal het duurzaamst zijn.

Wederom ligt de uitdaging bij de opleiding. Al op het selectiemoment kan daar rekening mee gehouden worden door niet alleen te kijken naar cijferlijsten, maar ook naar zelfkennis en persoonlijkheidskenmerken. Passen de vaardigheden van een persoon bij het artsenvak? Vaak gaan artsen heel veerkrachtig hun carrière in, daar ligt het echt niet aan. Het zijn de omstandigheden binnen de opleiding en de ziekenhuizen die sterk verbeterd moeten worden zodat artsen beter in hun vel zitten en beter hun werk kunnen doen. Dat is beter voor de arts én de patiënt.

hans rode talent care

 

Onze opdrachtgevers zijn onder andere