ArtsTot de dood ons scheidt. En dan de mantelzorg…

Tot de dood ons scheidt. En dan de mantelzorg…
Naar actueel

Tot de dood ons scheidt. En dan de mantelzorg…

Het is nog lang geen gewoonte: huisbezoeken (of visites, zo je wilt) door de apotheker. Toch komt het vaak voor en dan zijn het meestal apothekersassistenten die op bezoek gaan. Toch is het nuttig om ook als apotheker regelmatig zelf te gaan. Vorige week was ik bij de heer en mevrouw V, al meer dan 55 jaar samen en beide ernstig ziek.

Anamnese

De heer en mevrouw V komen al een aardige tijd in de apotheek, ook al wonen ze in een aangrenzend dorpje. Ik ken de heer V (75 jaar) vooral als mantelzorger van zijn vrouw (73 jaar) en nauwelijks vanwege zijn eigen zorgconsumptie. Mevrouw V heeft namelijk al jaren een progressieve vorm van Parkinson en toen ik het echtpaar net leerde kennen was ze er slecht aan toe: slepende tred, maskergelaat, trage bewegingen en sterke cognitieve beperkingen. Meneer V zelf valt in de categorie cardiovasculair risicomanagement met co-morbiditeit diabetes (type II) en is een uiterst gedreven mantelzorger. 

‘Meneer is hevig verontwaardigd dat ik geen pijnstillers wil geven en zijn vrouw moedwillig laat lijden’ 

Meer dan een halfjaar terug bots ik met meneer. Hij wil – in overleg met de neuroloog, zo blijkt later – ibuprofen kopen voor zijn echtgenote. Ik ken de condities van mevrouw (toen nog behandeld met clopidogrel en 70+) en wil een en ander uitvragen, om zo bij te dragen aan een optimaal advies én het meest geschikte NSAID. Die kans krijg ik niet: de heer V is na mijn eerste vraag hevig verontwaardigd dat ik zijn vrouw geen pijnstillers wil geven en haar moedwillig laat lijden. Wat ben ik voor zorgverlener?

Dopaminepomp

Niet lang daarna komt meneer V langs en vertelt dat zijn vrouw een dopaminepomp krijgt. Daarnaast wil hij zich persoonlijk bij mij excuseren: hij had me niet zo willen afblaffen rond de ibuprofen. Zijn vrouw heeft op dat moment ontzettend veel pijn en hij realiseert zich later dat ik alleen maar wilde helpen. Natuurlijk heeft meneer enorme zorgen over zijn vrouw. Hij komt medicatie voor zichzelf halen: zijn antidiabetica heeft hij wat verwaarloosd – geeft hij zelf al aan voordat ik ernaar kan vragen – maar zijn huisarts heeft hem toch overtuigd zijn medicatie trouwer in te nemen. Zo kan hij ook echt een steun blijven voor zijn vrouw.

‘Hij fluistert dat er bij hem een prostaattumor is ontdekt’

Een goede maand later komen meneer en mevrouw samen naar de apotheek, om wat andere spulletjes te halen. Ik laat mijn werk even liggen om te informeren hoe het nu met die pomp gaat. Mevrouw geeft zelf antwoord: ik heb haar nog zelden horen spreken. Ze loopt soepeler, haar gezicht staat open en haar ogen stralen: allemaal het effect van de dopaminepomp. Ik ben oprecht blij voor mevrouw, maar meneer V kijkt me bezorgd aan. Hij fluistert dat er bij hem een prostaattumor is ontdekt. De voortekenen zijn niet gunstig en wat moet er dan van zijn vrouw worden? Dat is natuurlijk een enorme schok: ik schrik er zelf van. Maar wellicht zijn er nog goede mogelijkheden? Meneer heeft er weinig vertrouwen in, zo blijkt later. 

Uitzaaiingen

Kort voor mijn huisbezoek heeft mijn collega-apotheker op verzoek een medicijnrol laten maken voor meneer en mevrouw V. Tot dan toe doet meneer het medicatiebeheer voor hen beiden zelf, maar nu belt hij op. Hij klinkt als een gebroken man en vertelt dat de kanker is uitgezaaid, onder andere naar zijn blaas. Hij lijdt ontzettend veel pijn en vraagt ons de rollen te regelen en deze te bezorgen, zich ver-excuserend dat hij niet (meer) zelf kan komen: hij is op, geeft hij aan. 

Die maandag belt hij weer: de rollen kloppen niet met de schema’s die mevrouw en hijzelf gewend zijn. Weer is het telefoongesprek doorspekt van zijn persoonlijke leed. Niet alleen de pijn, maar vooral zijn eigen falen in de zorg voor mevrouw V breken hem op. Nu is er al thuiszorg over de vloer, maar hij wil en moet voor zijn vrouw zorgen. Ik kieper wat doosjes in mijn tas en stap in mijn auto om meneer en mevrouw ter plekke te ondersteunen.

‘Van de krachtige man die ik enkele weken ervoor nog had gezien, lijkt weinig meer over’

Meneer V doet open en ik schrik (hopelijk niet zichtbaar) van de aanblik. Hij is lijkbleek, heeft dikke wallen achter zijn brillenglazen en heeft overduidelijk pijn. Van de krachtige man die ik enkele weken ervoor nog had gezien, lijkt weinig meer over. Meneer neemt me mee naar de keuken voor ons gesprek: zitten doet te veel pijn. Een vriendin maakt een babbeltje met mevrouw V, die keihard achteruit is gegaan door het slechte nieuws rond meneer. Ze is nog steeds aardig mobiel, maar cognitief heeft ze opnieuw een flinke klap gekregen. 

Meneer V vraagt me zacht te praten, om de onrust niet verder aan te wakkeren. Ik luister naar zijn zorgen en verzeker hem dat het met de medicatie goed komt: we gaan het precies zo regelen zoals het echtpaar het gewend is. Meneer V wil morgen in een gesprek met allerlei specialisten vragen om een stoma, om zo langer voor zijn vrouw te kunnen zorgen.

Niet naar een instelling

Meneer V wil niet naar een instelling: dan worden mevrouw en hij gescheiden, terwijl ze al 55 jaar samenzijn. Tegelijkertijd weet hij dat mevrouw niet alleen kan wonen. Maar hoe is de zorg goed te regelen als hij er niet meer is? Ons afscheid komt abrupt wanneer de pijn hem dwingt zijn bed op te zoeken. Bij uitzondering accepteert hij een pijnstiller. Ook die neemt hij liever niet, zodat hij helder genoeg is om zijn vrouw te helpen. Natuurlijk laten wij – en dan bedoel ik evengoed de huisarts en wijkverpleegkundige – mevrouw V niet aan haar lot over, maar de dood is voor meneer V niet heel lang meer uit te stellen.

‘Bij kanker denken we vaak aan fysiek lijden en daar kunnen we iets mee als apotheker of dokter’

Bij kanker denken we vaak aan fysiek lijden en daar kunnen we iets mee als apotheker of dokter. Maar meneer V lijdt vooral door de wetenschap dat er straks minder goed voor zijn vrouw wordt gezorgd, dan hij in de afgelopen jaren heeft kunnen doen. Ik kan hem daarin geen ongelijk geven: wie kan zoveel geduld, liefde en zorgzaamheid überhaupt evenaren na 55 jaar? Dat vind ik zowel een mooie als trieste constatering.

 

Ben jij een zorgverlener die graag met collega-artsen en -apothekers oog wil blijven houden voor de mens achter de zorgvraag? Bel of mail Arno Bisschop, arts en oprichter van Talent&Care: 030-2270197, info@talent-care.nl. We denken graag met je mee.

Onze opdrachtgevers zijn onder andere