Arts`Ik sta nog in de cure-modus’

`Ik sta nog in de cure-modus’
Naar actueel

`Ik sta nog in de cure-modus’

Ik had het me nog zo voorgenomen. In de ouderenzorg zou ik werken vanuit de care-modus in plaats van de cure-modus. Maar eenmaal aan de slag, merkte ik dat dit nog niet zo eenvoudig is. Andrea Caro, ANIOS bij Talent&Care, blogt over haar ervaringen in de ouderenzorg.

Toen de bloeduitslagen binnenkwamen van een week geleden, zag ik dat mijn cliënte een fors te laag fosfaat en kalium had. Ze was de 90 jaar al ruim gepasseerd en leefde met een vergevorderde Alzheimer dementie. Door haar achterdocht en zorgmijdend gedrag, was thuis wonen geen optie meer. Ze dacht continue dat ze werd vergiftigd door iedereen, waardoor haar voedingsstatus slecht was. Dit was vanzelfsprekend één van de oorzaken van haar afwijkende waarden.

Ondergrens en gevaren

In het acute boekje zocht ik op wat de ondergrens en gevaren van beide waarden zijn en las over de juiste therapie. Ik typte al snel een heel rijtje in haar dossier met een differentiële diagnose. Totdat ik in haar status las dat een collega van de acute afdeling, waar mijn cliënte eerder initieel was opgenomen, al eerder het kalium had gesuppleerd. Ik vond het vreemd dat ze nog steeds een laag kalium had. Toch schreef ik kalium- en fosfaatdrank voor en vertelde de afdeling, dat zij hier dezelfde avond mee moesten beginnen.

Eenmaal in de auto terug naar huis overdacht ik deze casus. Ik zag ineens het opname gesprek weer voor me toen ze op mijn afdeling kwam. Het was het eerste opnamegesprek sinds mijn baan op de psychogeriatrie. Haar echtgenoot Hendrikus had haar gebracht en ze was erg angstig dat haar man weg zou gaan en niet meer terug zou komen. 

‘Terugkijkend op het gesprek, realiseerde ik me dat het al gauw een kant opging waar ik nogal zenuwachtig van werd’

Terugkijkend op het gesprek, realiseerde ik me dat het toen al gauw een kant opging waar ik nogal zenuwachtig van werd. Haar partner vroeg mij of hij en zijn vrouw samen euthanasie konden krijgen. Al lange tijd hadden ze deze wens en ze vonden dat ze een voltooid leven hadden. Mijn cliënte beaamde die wens, maar ik kon niet inschatten of zij wel overzag waar ze ja tegen had gezegd. 

Vergevorderde dementie

Omdat ik niet zijn behandelend arts was, legde ik uit dat ik voor meneer niets kon betekenen. Ik verwees hem door naar zijn eigen huisarts. Daarna legde ik uit dat ik niet kon zeggen of mevrouw wel in aanmerking kwam voor euthanasie, met in het achterhoofd uiteraard de gedachte dat euthanasie in haar situatie niet kon. Door haar vergevorderde dementie was zij wilsonbekwaam. Ik sprak af dat we haar de komende tijd goed zouden observeren en dat we goed voor haar gingen zorgen.

‘Ik kwam tot de conclusie dat ik eigenlijk niet mijn cliënte aan het behandelen was, maar haar lab afwijkingen’ 

Enige overpeinzingen later kwam ik tot de conclusie dat ik eigenlijk niet mijn cliënte aan het behandelen was, maar haar lab afwijkingen. Ze had tot dat moment nog geen symptomen gehad van haar lage kalium en fosfaat. Was het wel goed om haar hiervoor medicijnen voor te schrijven? In haar beleid noteerde ik eerder al, in overleg met haar familie, dat zij niet meer ingestuurd zou worden naar het ziekenhuis. We zouden haar behandelen binnen de mogelijkheden van het verpleeghuis.

Óók zou comfort voorop staan. We zouden een symptomatisch beleid aanhouden. Ineens besefte ik me dat ik in een totaal verkeerde modus zat. Ik handelde vanuit de ‘cure-modus’, terwijl in het verpleeghuis de ‘care-modus’, en zeker op de psychogeriatrie, vaak voorop staat. Blijkbaar was ik toch in deze ‘valkuil’ beland. En dat, terwijl ik bij de start van de baan dacht dat het mij goed zou afgaan om te ‘zorgen voor’ in plaats van te genezen. Als jonge dokter schiet je kennelijk onbewust toch in een reflex. Het risico van deze reflex is overbehandeling, zeker bij dementerende ouderen, waar kwaliteit van leven het belangrijkste is.

‘Een week later zag ik hoe mevrouw intens gelukkig werd van het bezoek van jonge kittens op de afdeling’

Na een week werd in overleg met mijn supervisor en de familie besloten, dat we haar tekorten niet meer zouden aanvullen. We zouden onze focus leggen op het bevorderen van kwaliteit van leven. Een week later zag ik hoe mevrouw intens gelukkig werd van het bezoek van jonge kittens op de afdeling; uren zat zij met een jong katje op schoot. Ik had haar nog nooit zo zien lachen. Het was duidelijk: dát is nou kwaliteit van leven. 

Ziekenhuis

Werken in de ouderengeneeskunde, en in het bijzonder intramuraal in het verpleeghuis, is op veel vlakken totaal verschillend van het werken in een ziekenhuis. Vooraf had ik eigenlijk geen goed beeld van wat een arts in het verpleeghuis nou dagelijks doet. Ziet de arts de patiënten elke dag? Of zijn de visites wekelijks? En worden dan alle patiënten besproken, zoals op een verpleegafdeling in het ziekenhuis? Redelijk blanco en onbevangen was ik begonnen aan mijn baan als arts in het verpleeghuis. 

De eerste paar dagen moest ik vooral wennen aan het tempo van zorg. Ik had ineens veel meer tijd, dan in mijn periode als coassistent in het ziekenhuis. Toch had ik nog steeds een gehaast gevoel. Als coassistent had ik soms het idee dat ik productie draaide: zoveel mogelijk patiënten zien, een plan maken en iemand zo snel mogelijk naar huis sturen of opnemen met dat plan.

Wekelijkse visites

Hoe anders is dat in een verpleeghuis. Als arts leg je wekelijks visites af op de afdeling, waarbij je de meesten gewoon ‘op papier’ bespreekt. Lang niet iedereen wordt hier besproken. Sommigen komen nauwelijks in contact met medische zorg: zij leiden gewoon hun leven op de afdeling. Na de papieren visite ga je soms fysiek langs bij een bewoner. Je luistert naar de longen bij iemand met koorts en benauwdheid, kijkt als een huisarts naar een ingegroeide nagel of je beoordeelt of iemand nog comfortabel is bij het huidige medicamenteuze beleid in de palliatieve fase.

Door de andere setting van zorg heb je meer tijd voor je cliënten. Hierdoor is het mogelijk echt een band op te bouwen met de mensen, waar jij als arts zorg voor draagt. Het is mooi om te zien hoe je als arts met, vaak ook kleine dingen, kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen.

Wil jij ook proeven hoe het is om in de eerstelijnszorg te werken en meer tijd te hebben voor je cliënten? Arno Bisschop, arts en oprichter van Talent&Care, gaat graag met je in gesprek. Neem contact met hem op via 06-21108069 / a.bisschop@talent-care.nl.  

Lees het eerdere blog van Andrea:

Kies je eigen route

Onze opdrachtgevers zijn onder andere