Arts‘HUH!’ What just happened?’

‘HUH!’ What just happened?’
Naar actueel

‘HUH!’ What just happened?’

Piekeren, slecht slapen, en vreemd en onlogisch dromen over je patiënten. Als jonge arts in de jeugdpsychiatrie blogt Meike Blezer, arts van Talent&Care, maandelijks over haar ervaringen en dillema’s in de jeugdpsychiatrie. Hoe vind je de juiste balans tussen betrokkenheid en een gezonde afstand?

Het is half vijf ’s ochtends. Ik lig al drie uur naar het plafond te staren. Tevergeefs probeer ik het stemmetje in m’n hoofd te negeren, dat continu berekent hoeveel uur ik nog zou kunnen slapen als ik NU in slaap val. Of dat roept hoe ontzettend ik die slaap nodig heb, omdat ik morgen (of eigenlijk vandaag inmiddels) dienst heb. Ik slaak een diepe zucht en geef het op. M’n gedachten dwalen af naar een opmerking, die iemand laatst tegen me maakte: ‘Let je erop dat je je werk niet mee naar huis neemt?’ Ik weet nooit zo goed wat ik daarvan moet vinden. Ik vind het juist belangrijk om mee te leven met mijn patiënten.

‘Het mooie aan de psychiatrie vind ik de intimiteit, dat super persoonlijke’

Het mooie aan de psychiatrie vind ik de intimiteit, dat super persoonlijke. De verhalen of soms hele werelden die achter de mensen schuilgaan. Dat zie je van buiten niet aan ze. En je zou hun werelden ook nooit leren kennen, als ze die niet aan jou zouden toevertrouwen. Dat vertrouwen groeit beetje bij beetje en ik moet hiervoor mijn best doen. Ik moet het verdienen. Oprecht zijn is hierbij het allerbelangrijkst.

Doodeng

Laatst vroeg één van mijn patiënten schoorvoetend een gesprekje bij me aan. Hij komt al een tijdje onrustiger en angstiger over dan anders. Hij vertelt de laatste tijd het gevoel te hebben in de gaten gehouden te worden. Er zijn twee personen die hem achtervolgen. Zodra ik aangeef dat me dat doodeng lijkt, slaakt hij een zucht van verlichting. Hij vertelt nog veel meer dingen die spelen en samen maken we een plan om hiermee om te gaan. Later hoor ik van zijn moeder dat het oprechte gevoel van erkenning ervoor zorgde dat hij al zijn belevingen wilde delen.

Een andere patiënte loopt al de hele middag over de afdeling, terwijl ze steeds de hals van haar trui tot haar kin optrekt. Deze patiënte heeft regelmatig heftige emotionele uitbarstingen, waarvan we proberen uit te zoeken waar ze vandaan komen. We vermoeden dat ze zichzelf heeft verwond in haar nek, maar ze wil er met niemand over praten en de verwondingen aan niemand laten zien.

Voorzichtig

Ik tref haar aan op een stoel, hoofd naar beneden gebogen en naar de grond starend. Nog steeds haar kraag omhooghoudend. Ik hurk voor haar neer en blijf even stil bij haar zitten. Na een tijdje geef ik aan bezorgd om haar te zijn, waarop ze me voorzichtig durft aan te kijken. Ze vertelt haar trui omhoog te houden, omdat de regel van de afdeling is dat je je wonden niet aan andere jongeren mag laten zien. Dat klopt, dat doet ze netjes.

‘Terwijl ik haar blik gevangen hou, vertel ik haar dat ik een slechte dokter zou zijn als ik niet zou nagaan wat voor wonden ze heeft en of deze verzorgd moeten worden’

Terwijl ik haar blik gevangen hou, vertel ik haar dat ik een slechte dokter zou zijn als ik niet zou nagaan wat voor wonden ze heeft en of deze verzorgd moeten worden. Ze schrikt, want dat is niet haar bedoeling. Ze laat daarop de krasjes in haar hals zien, die gelukkig heel oppervlakkig zijn en binnen een paar dagen weg zullen trekken. Terwijl zij haar sjaaltje haalt (om die krasjes te bedekken inderdaad!) reageert een sociotherapeute: ‘Op zo’n manier kan natuurlijk niemand het over z’n hart verkrijgen om iets te blijven verbergen.’

Als jonge, onervaren dokter zijn de meeste verhalen en gebeurtenissen nog nieuw. Een eerste reactie is daardoor vaak nog heel puur en wordt nog niet zo overstemd door wat je verstand denkt dat je zou moeten zeggen. Of door wat je aangeleerd is. Je bent er simpelweg nog niet aan gewend en reageert daardoor meer vanuit je intuïtie. Dat oprechte voelen patiënten haarfijn aan. Ik denk dat hier de kracht van jonge dokters ligt. Zij kunnen de verbinding leggen en het vertrouwen van de jongeren winnen.

‘Als je te betrokken raakt, dan krijg je er last van’

Maar er zit ook een andere kant aan. Als je te betrokken raakt, dan krijg je er last van. Dan ga je bijvoorbeeld slecht slapen, piekeren en vreemd en onlogisch dromen over je patiënten. Althans, zo werkt dat bij mij. En dat is ook precies waar mensen je voor willen waarschuwen als ze vragen of je je werk niet mee naar huis neemt. Maar hoe kun je zorgen dat je wel oprecht bent en meeleeft, maar dat je niet uit het lood geslagen wordt als er onverwacht iets té heftigs gebeurd? Als jullie een goede manier weten, let me know!

De techniek voor zelfbescherming die ik momenteel gebruik: Ik begin gesprekken heel praktisch en zo neutraal als kan. Geleidelijk aan, als de patiënt zich meer op z’n gemak begint te voelen, raak ik dat vanzelf ook. Op die manier lukt het me meestal wel om af te tasten of ik me meer open stel, voordat de gesprekken dieper en persoonlijker worden. Het is helaas geen waterproof systeem. Soms gebeurt het toch dat ik nietsvermoedend meeleef, betrokken ben en open sta en dat opeens toch die mokerslag komt.

Onveilig

We moeten een suïcidaal meisje kortdurend separeren, omdat zij de boel zo op stelten zet dat het voor haarzelf, de therapeuten en de afdeling zelf onveilig is. Lees: ze slaat de boel kort en klein. We krijgen haar ouders telefonisch niet te pakken en ik besluit haar alvast samen met de psychiater te beoordelen. Het contact kan snel worden gemaakt, ze kalmeert en gelukkig kan ze snel terug naar de afdeling. Ik probeer nogmaals haar ouders te bellen, opgelucht dat ik nu meteen beter nieuws te vertellen heb: namelijk dat ze net haar bedje in is gekropen en rustig gaat slapen.

Door de hectiek op de Acute Psychiatrie gebeurt het (helaas) regelmatig dat je ouders pas achteraf kunt informeren. Het is namelijk prioriteit 1 dat de jongere zo snel mogelijk weer uit het gedwongen kader kan en weer ‘gewoon’ op de afdeling kan zijn. De meeste ouders stellen dit ook op prijs, als ik onze handelswijze zo aan hen uitleg. Zo niet deze moeder. Een enorme lading bagger en scheldwoorden wordt aan de telefoon over me uitgestort. Uiteindelijk besluiten we het gesprek voor dat moment maar te stoppen, omdat ‘even uitrazen’ niets oplevert.

Face-to-face

Enkele minuten later vliegt de afdelingsdeur open en staat moeder voor onze neus. De tirade, inmiddels steeds persoonlijker en ronduit kleinerend, gaat onveranderd door. Alleen nu face-to-face, waarbij ze boven ons uit torent met haar gebalde vuisten. De sociotherapeut en ik weten uit het gesprek te stappen (het voelt bijna als wegvluchten). Gelukkig weet de psychiater het iets later wel te sussen. Tijdens de nabespreking concluderen we dat we slechts een fractie van een seconde waren verwijderd van een dreun in ons gezicht. Wat overheerst is vooral het gevoel van ‘HUH?! What just happened?’.

‘De adrenaline raak ik uiteindelijk kwijt, als ik ’s nachts terug naar huis rijd en meeschreeuw met de foute liedjes op de radio, afgewisseld met momenten ongegeneerd janken’

De adrenaline raak ik uiteindelijk kwijt, als ik ’s nachts terug naar huis rijd en meeschreeuw met de foute liedjes op de radio, afgewisseld met momenten ongegeneerd janken. Dat helpt! Maar ik had die avond toch liever een veilige, stevige muur om me heen gehad.

Wil jij als jonge arts eens van gedachten wisselen over jouw zoektocht naar de juiste balans tussen betrokkenheid en een gezonde afstand? Bel of mail Arno Bisschop, arts en oprichter van Talent&Care: 030 - 227 01 97 of info@talent-care.nl. Hij gaat tijdens een kop koffie graag met je in gesprek.

Onze opdrachtgevers zijn onder andere