ArtsGeen keuze is ook een keuze

Geen keuze is ook een keuze
Naar actueel

Geen keuze is ook een keuze

Het leven bestaat uit héél veel keuzes maken. De media staan tegenwoordig vol berichten over Millennials (of Generation Y), die stijf staan van de keuzestress. Maar mijn patiënten hebben daar ook vaak moeite mee. Meike Blezer, arts bij Talent&Care blogt maandelijks over haar ervaringen in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Sommige patiënten hopen of verwachten dat een gesprekje af en toe, eventueel aangevuld met een pilletje hier of daar, hun problemen zal oplossen. Helaas werkt het niet zo. De patiënt moet zelf hard werken om de veranderingen te ervaren, waardoor ze zich uiteindelijk beter gaan voelen. Dit gaat met vallen en opstaan. En telkens moeten ze opnieuw kiezen om voor hun behandeling te gaan. 

‘Sombere gedachten, twijfels, het gebrek aan perspectief en hardnekkige stemmen in haar hoofd’

Haar stemming kan (ogenschijnlijk) uit het niets omslaan. Tegenwoordig is ze ook vaak boos. Op de hele wereld, maar vooral op ons. Want wij laten haar niet doodgaan, terwijl ze dat toch echt de beste oplossing vindt. Ze gooit met spullen, probeert zichzelf iets aan te doen, tiert en scheldt de sociotherapeuten uit en duwt hen regelmatig weg. Het lawaai maakt de andere jongeren op de afdeling bang. Op zulke momenten verstoppen zij zich op hun kamer.

Tijdens één van mijn diensten doet zich eenzelfde situatie voor. Ze weigert elk gesprek en probeert zichzelf opnieuw te doden. Ook mij lukt het niet om erachter te komen wat nu de oorzaak van deze moodswing is. Ze wil nergens iets van weten en wijst al mijn ideeën af. Haar nabijheid bieden, maakt haar alleen maar bozer. Maar haar alleen laten, is te gevaarlijk. Na veel wikken en wegen en overleg met de psychiater en het team stel ik haar uiteindelijk voor de volgende keuze: 


1. Je gaat nu afleiding zoeken, samen met een sociotherapeut (bijvoorbeeld een spelletje doen, muziek maken of knutselen)

2. Je neemt je lorazepam en blijft rustig zitten, terwijl iemand bij je blijft. Als je gekalmeerd bent, kijken we verder.

3. Je moet naar de separeer

Ze roept: ‘Optie vier, geen van bovenstaande!’

Juist.

Dat had ik natuurlijk kunnen verwachten.

Ik vertel haar dat haar voorkeur niet tot de mogelijkheden behoort. En geen keuze maken, is ook een keuze! Ze weet dat als zij niet beslist, wij haar moeten separeren. Voor de eerste twee keuzes, hebben wij haar samenwerking nodig. Schoorvoetend neemt ze haar lorazepam. Langzaamaan ontstaat er weer contact met de sociotherapeut. De rust keert terug, voor nu…

‘Zodra zaken anders lopen dan verwacht, stort zijn hele plan als een kaartenhuis in en is hij letterlijk lamgeslagen van de stress’

Later word ik bij een andere patiënt geroepen. Hij is autistisch en een enorme piekeraar. Als hij ergens voor heeft gekozen, dan moet dat gebeuren. Er is geen plan B. De scenario’s worden tot in de puntjes uitgedacht, liefst 100 stappen vooruit. Zodra zaken anders lopen dan verwacht, stort dat hele plan als een kaartenhuis in en is hij letterlijk lamgeslagen van de stress. Een enorme vastloper volgt.

Hij zit al uren op zijn kamer en is uit contact. Inmiddels is hij ook begonnen met hoofdbonken. Om te voorkomen dat hij zichzelf beschadigt, moeten de sociotherapeuten hem stevig vasthouden. Het lukt hem niet meer om alternatieven te bedenken of aan te nemen van ons. Weer komen we met z’n allen geen steek verder en draaien we in cirkels. Uiteindelijk geef ik noodgedwongen aan wat de opties voor nu zijn: afleiding zoeken, zijn medicatie innemen of naar de Acute Opname. En weer: géén keuze is ook een keuze! Met veel stutten en steunen van de sociotherapeuten zorgt muffins bakken uiteindelijk voor de omslag.

‘Onderweg naar huis denk ik aan iemand anders, die ook veel moeite heeft met keuzes maken: ikzelf’

Onderweg naar huis denk ik aan iemand anders, die ook veel moeite heeft met keuzes maken: ikzelf. Terwijl iedereen om me heen al een duidelijke richting of specialisatie lijkt te hebben gekozen, zit ik nog te dubben over wat ik nou het meest interessant vind. Ik ben één van die mensen die bijna elk coschap leuk vindt, maar nog wacht op dat ene moment van openbaring. Waarbij alles op z’n plek lijkt te vallen.

Inmiddels ben ik afgestudeerd, maar heb ik dit aha-moment nog niet gehad. Volgens mijn co-schapbegeleiders uit het ziekenhuis heb ik een enorm probleem, want al mijn studiegenootjes zijn al lang bezig hun plek te veroveren. Ik loop achter de feiten aan. Met grote kans dat de keuze die ik uiteindelijk maak niet meer lukt, omdat ik te laat gekozen heb. Erg bemoedigend deze gesprekken. Er volgen vele, goedbedoelde adviezen, die erop neerkomen dat ik maar gewoon iets moet kiezen en daarvoor moet gaan. Erg inspirerend. 

‘Ik besluit mijn tactiek te veranderen en zoek niet naar datgene wat ik het meest interessant vind, maar naar wat het beste bij mij past’

Mogelijk dat deze benadering voor sommigen werkt, maar bij mij past die in ieder geval niet. Ik besluit mijn tactiek te veranderen: ik zoek niet langer naar datgene wat ik het meest interessant vind, maar naar wat het beste bij mij past. Ik begin met afwegen: ‘Ik vind poli’s doen leuk’, ‘Ik hou ervan om met kinderen te werken’, ‘Ik vind patiëntencontact leuk’ of ‘Ik wil met m’n handen werken (lees: opereren, scopiëren, intuberen, hechten, etcetera).’ Maar ook dat blijkt te vaag om mijn keuzes op te baseren.

Tot ik me afvraag: waar word ik nou écht gelukkig van? Ik zet verschillende geluksmomenten voor mezelf op een rijtje. Hoe groot of klein ook, ik probeer de gemeenschappelijke deler in deze momenten te vinden. Ik ben ervan overtuigd, dat als ik die verder uitpluis (en op deze manier - fancy gezegd - mijn drijfveren ontdek), ik een specialisme zal vinden dat écht bij me past.

Of ik nu mijn keuze heb gemaakt? Nee, dat heb ik bewust nog niet gedaan. Laat het mijn patiënten maar niet horen.

Eerdere blogs van Meike:

Last van het imposter syndrome? 

 

Onze opdrachtgevers zijn onder andere