ArtsBurn-out is altijd een combinatie van factoren

Burn-out is altijd een combinatie van factoren
Naar actueel

Prof. Dr. Schaufeli: Burn-out is altijd een combinatie van factoren

Al tientallen jaren doet Wilmar Schaufeli, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht, onderzoek naar het fenomeen burn-out. Ook binnen de zorg onderzocht hij waar de knelpunten liggen. We stelden Schaufeli vijf vragen over burn-outs bij zorgverleners en het voorkomen hiervan.

1. Welke factoren zijn van invloed op het wel of niet krijgen van een burn-out?

“Er is niet één schuldige aan te wijzen. Het is altijd een combinatie van factoren. Allereerst is er de persoon. Sommige personen zijn meer kwetsbaar voor een burn-out dan anderen. Mensen die perfectionistisch zijn en bang zijn voor het maken van fouten zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor een burn-out. Daarnaast is de werkomgeving van invloed. Sommige werksituaties zijn slecht voor je, bijvoorbeeld een hoge werkdruk of weinig waardering voor het werk dat je doet. De derde factor die meespeelt is de privé-situatie. Doordat je bijvoorbeeld mantelzorger bent of relatieproblemen hebt, lukt het je vervolgens ook thuis niet meer om je batterij op te laden.”

2. Hoe komt het dat burn-outs in de zorg relatief vaak voorkomen?

In 2015 en 2017 heb ik onderzoek gedaan naar de bezieling van zorgprofessionals. Het blijkt dat emotionele belasting één van de belangrijkste oorzaken is voor het hoge aantal mensen met burn-outklachten in de zorg. Bij zorgverleners is vaak sprake van emotionele dissonantie. Dit betekent dat je de gevoelens die je hebt soms moeilijk kunt uiten in jouw rol. Je voelt je verdrietig omdat je bijvoorbeeld een patiënt moet vertellen dat hij of zij niet lang meer te leven heeft. Maar als zorgprofessional mag je je niet gedragen zoals je emoties je ingeven. Het werk in de zorg doet dus een aanslag op je emotiemanagement. Dit is echt iets specifieks binnen de zorg. Factoren als autonomie in je werk, bureaucratie, conflicten en sociale relaties zijn natuurlijk ook van invloed, maar die vind je ook in andere beroepsgroepen.”

Het is stoer om een paar nachten door te halen

3. Speelt de cultuur binnen de zorg een rol?

“Er heerst wel een macho-cultuur onder artsen. Het is stoer om een paar nachten door te halen. Ook arts-assistenten maken vaak veel uren. Onder andere doordat er nu steeds meer vrouwen werkzaam zijn verandert dit wel steeds meer. Zij willen vaker parttime werken en hebben naast het werk andere prioriteiten. Dat zet de macho-cultuur onder druk. In de zorg werken mensen vaak met heel veel passie en die moet je soms tegen zichzelf beschermen. Organisaties kunnen daar ook zelf een rol in spelen, bijvoorbeeld bij het inroosteren van arts-assistenten.”

4. Wat kun je als Young Professional in de zorg doen om te voorkomen dat je batterij leeg raakt?

“Het belangrijkste is om te realiseren dat een burn-out niet van vandaag op morgen ontstaat. Het is een soort erosie. Je raakt langzaam vermoeid en gedemotiveerd. Iedereen is natuurlijk wel eens moe of heeft geen zin, maar als dit steeds vaker voorkomt, moet je actie ondernemen. Dat is moeilijk. Je zit vooraan in je carrière of je bent nog in opleiding. Je hebt dan zelf het idee dat het allemaal heel leuk moet zijn en van een leien dakje moet gaan. Wees eerlijk tegen jezelf en erken dat er iets aan de hand is. Kaart dit ook aan bij je opleider of leidinggevende. Analyseer vervolgens waar het vandaan komt. Heb je het alleen bij bepaalde collega’s of diensten? Of op bepaalde dagen van de week? Wanneer je dat weet, kun je er ook echt iets aan doen. Een goede oefening is ook om de balans op te maken: wat geeft je energie en wat kost je energie? Uiteindelijk gaat het namelijk om de juiste balans vinden.”

5. Is er ook een rol weggelegd voor zorgorganisaties?

“Het is als organisatie belangrijk dat je echt een luisterend oor biedt aan je medewerkers. In de zorg kom je zware dingen tegen. Je kunt als arts een verkeerde diagnose stellen of het gevoel hebben dat iemand door jouw handelen komt te overlijden. Een bedrijf en dus ook de zorgorganisatie gaat gewoon door. De volgende patiënt wacht weer. Je moet daar als werkgever of opleider in coachen. Het is belangrijk dat het psychologische klimaat goed is. Dat je echt alles kunt zeggen wat je wilt. Ook supervisie en intervisie kunnen hier een belangrijke rol in spelen.”


Wij bieden je als Talent&Care een groot aantal mogelijkheden in de eerstelijnszorg. Naast een baan die bij jou past, bieden wij jou persoonlijke én professionele begeleiding en onderwijs. Waarmee we de genoemde adviezen van prof. dr. Wilmar Schaufeli ook echt in de praktijk brengen. Benieuwd wat wij exact voor jou kunnen betekenen? Kom kennismaken op ons kantoor in Bussum.

Onze opdrachtgevers zijn onder andere