ApothekerPsychiater Damiaan Denys: Constant gelukkig zijn maakt ons ongelukkig

Psychiater Damiaan Denys: Constant gelukkig zijn maakt ons ongelukkig
Naar actueel

Psychiater Damiaan Denys: Constant gelukkig zijn maakt ons ongelukkig

Wie gestresst is, zit tegen een burn out aan. Ben je druk? Dan heb je vast ADHD. Sociaal awkward? Autisme. Iedereen lijkt wel iets te hebben en de oplossing voor dat iets zoeken we al gauw in de psychiatrie. Zijn er meer mensen psychisch ziek of zadelen we psychiaters op met werk waar zij eigenlijk niet voor opgeleid zijn? Wij spraken psychiater en filosoof Damiaan Denys.

1 Waarom denken we steeds vaker dat er iets mis met ons is?

‘We leven in een samenleving waarin door de virtualiteit een beeld wordt voorgespiegeld dat niet voor iedereen haalbaar is. Tv, social media en magazines tonen een beeld van een wereld die niet bestaat en toch ervaren we dit als de werkelijkheid. We weten heus wel dat die gelikte beelden gephotoshopt zijn, maar we worden als het ware verblind en denken: zo wil ik ook zijn. En we denken oprecht dat we aan dat beeld moeten kunnen voldoen. We hebben hoge ambities, denken dat alles bereikbaar is en als we die ambities niet waarmaken, hebben we het gevoel dat we tekortschieten.

Tegenwoordig zien wij een normaal persoon als iemand die hard werkt, bij voorkeur heteroseksueel is, er goed uitziet, een goede relatie heeft, aan sport doet, veel hobby’s heeft, veel vrienden heeft, in het weekend naar feestjes gaat en xtc neemt en op maandag weer sharp op het werk verschijnt met mooie verhalen. Dat vinden wij normaal, maar dat is het niet. De samenleving heeft geen realistisch beeld meer van wat een mens zou moeten zijn. Daardoor is het veel moeilijker om nu te leven dan zo’n dertig jaar geleden.

Als we lijden of ons niet goed voelen, kunnen we dat in onze samenleving maar moeilijk kenbaar maken. De enige manier om dat te doen is binnen de context van de psychologie en psychiatrie. We gieten ons lijden al gauw in een ziektebeeld en gebruiken termen uit de psychiatrie om het psychisch lijden te erkennen. Daar vragen we zelf ook om. Als iemand zegt dat hij zich niet zo goed voelt, wordt daar niet naar geluisterd. Maar als hij zegt dat hij een burn-out heeft, dan wordt het lijden opeens wèl erkend.’

Als je niet kunt studeren, dan ga je maar iets anders doen

2. Bestaan ziektebeelden als ‘de burn-out’ dan wel? En hoe komen al die mensen bij de psychiatrie terecht als ze eigenlijk helemaal niet ziek zijn?

‘De burn-out bestaat, maar we hebben het begrip wel uitgehold, net als die andere ziektebeelden. Teveel mensen zeggen nu dat ze aan een burn-out, depressie, angst of autisme lijden, omdat ze gedrag vertonen dat door de samenleving niet geaccepteerd wordt als normaal. En omdat we allemaal snel een psychiatrische term koppelen aan dat gedrag komen die mensen al gauw terecht bij een professional binnen de psychologie of psychiatrie.

Laatst kwam er een student bij mij die inzichtgevende therapie wilde, omdat hij zijn thesis niet kon afmaken. Toen heb ik gezegd dat hij eerst zijn thesis moet afmaken en als er dan nog steeds iets aan de hand is, dan praten we verder. Want een thesis vraagt om wilskracht en is gewoon onderdeel van je studie. Als je niet kunt studeren, dan ga je maar iets anders doen.’

Artsen moeten betere diagnostiek doen en lef hebben

3. Onlangs stelde u in een interview met de NRC dat deze ontwikkeling het vak van de psychiater doet veranderen. Steeds meer patiënten die niet ‘echt ziek’ zijn zoeken een oplossing in de psychiatrie. Hoe moeten psychiaters en psychologen hiermee omgaan?

‘Door de toename van ‘niet echt zieke mensen’ binnen de psychiatrie komt de behandeling van ‘echt zieke mensen’ in de verdrukking. Nederland heeft een van de best werkende GGZ systemen ter wereld en toch zijn er altijd wachtlijsten. In de wereld zijn er per 100.000 inwoners ongeveer 9 hulpverleners; in Nederland zijn dat er 529. En dan nog worden er mensen niet geholpen. Ik pleit er daarom voor om een groot deel van het normale lijden uit de abnormaliteit te halen en die hele psychiatrie in te zetten voor de mensen die echt psychisch ziek zijn. Nogmaals, ik ontken het lijden van die andere mensen niet, maar om in de psychiatrie te komen, moet het lijden wel van zo’n ernstige aard zijn dat er echt iets moet veranderen.

Artsen moeten betere diagnostiek doen en lef hebben. Zeg maar tegen zo’n patiënt “ik zie dat u lijdt, maar dat is geen ziekte”. Wij zijn zo gericht op geluk en als we dat geluk niet ervaren, gaan we op zoek naar een oplossing, een middel of medicijn. Het wordt daarom steeds belangrijker dat artsen nee durven te zeggen en het onderscheid kunnen maken tussen normaal en abnormaal in hun diagnostiek.

We moeten juist grenzen stellen in plaats van puppies aanschaffen

4. U bent professor aan de Universiteit van Amsterdam. Is er volgens u ook een rol weggelegd voor het onderwijs om het beeld dat wij hebben van de ‘normale mens’ te veranderen?

‘Zeker, het onderwijs geeft ook dikwijls het verkeerde voorbeeld. Zo kondigde de UvA onlangs aan dat zij puppies ter beschikking willen stellen aan studenten die gestresst zijn. Ridicuul vind ik dat. Niet iedereen moet studeren. Een zekere hardheid en acceptatie van de werkelijkheid zou op zijn plaats staan. We moeten juist grenzen stellen in plaats van puppies aanschaffen. Als je het niet haalt, dan val je af. Zo was dat vroeger ook. Maar er spelen natuurlijk meerdere belangen, want studenten brengen geld op.

Ik ben wel van mening dat we in het basis- en middelbaar onderwijs veel meer aandacht moeten besteden aan de psychologie en gedrag. Hoe werken mensen? Wat is geluk? Hoe werkt cognitieve bias en conditionering? Wat is angst? Die inzichten hadden we vroeger minder nodig, omdat religie toen een grotere rol had binnen onze samenleving. Religie schreef ons voor hoe we moesten leven. Vier dagen vlees, één dag vis en één dag rust. Zo had men structuur, maar dat is allemaal weggevallen. Wij doen wat we willen en je merkt dat veel mensen gewoon niet de kennis en discipline hebben om dat op een goede manier te doen.’

Wij willen alsmaar gelukkig zijn. Dat maakt ons ongelukkig

5. Wat is normaal lijden en hoe moeten we omgaan met het lijden?

‘Het gevoel hebben dat je tekortschiet of dat iets niet lukt en dat je niet weet waarom precies. Situaties waarin het je even teveel is, je het gevoel hebt dat je te hard moet werken of dat je een relatie zou willen maar je het niet voor elkaar krijgt zoals je het in je hoofd hebt.

Het is voor ons heel moeilijk geworden om te lijden en om eerlijk te zijn over onze tekortkomingen. We moeten het lijden accepteren en leren dat het onderdeel is van mens zijn. Het is heel normaal dat niet altijd alles lukt. Dat is waar mens zijn over gaat: 80 procent lijden, 20 procent genieten. Maar dat accepteren wij niet, want wij zijn verwend en denken dat alles mogelijk is, dus tolereren wij geen tekorten. De situatie waarin wij in Nederland leven op dit moment is uitzonderlijk. Nog nooit hebben we zo’n langdurige periode van vrede en luxe gekend. Wij zijn gewend dat we altijd en overal eten kunnen kopen. En dan hebben we ook nog keuze uit enorm veel luxe, waardoor gewenning optreedt en de waarde, het genot, van de maaltijden afneemt.

De huidige situatie lijkt dus heel gelukkig, maar is blijkbaar niet zo gezond, want de helft van de mensen wordt psychisch ziek. Wij willen gelukkig zijn, maar dat continue gelukkig zijn, maakt een persoon ongelukkig. De mens is op zijn best als hij of zij net voldoende honger en dorst heeft, goed slaapt en actief is. Zo werkt de mens nu eenmaal als organisme. De bottom line is dus eigenlijk dat we iets vaker afstand moeten nemen van luxe en gemak om meer te genieten van de luxe die we hebben. En accepteren dat lijden ook onderdeel is van mens zijn.’

beeld damiaan denys

 

Onze opdrachtgevers zijn onder andere